Het verhaal

Synopsis
"Limburg, 1760. De Oostenrijkse keizerin heeft over het land en legt de boeren zware belastingen op. Veel landarbeiders zien zich gedwongen in de levensgevaarlijke mijnen te gaan werken. Martien Kremers, een boerenzoon van 14 jaar oud, wil zijn familie van de ondergang redden en heeft een plan om het probleem op te lossen. Na de uitvoering daarvan moet hij vervolgens alles op alles zetten, om de waarheid verborgen te houden. Hij krijgt te maken met de boeren, overheid en de Bokkerijders.

Samenvatting
De Legende van de Bokkerijers gaat over het boerenleven in Limburg in 1760. Het draait om de familie Kremers, die bestaat uit vader, moeder en drie kinderen Driek, Martien en Lotteke en hun oom Lei. Er worden hoge belastingen geïnd door de schout, die de meeste boeren niet op kunnen brengen. De oogst levert te weinig op.
Lotteke is erg ziek. Ze heeft last van druk op haar borst en heeft moeite met ademhalen. Haar familie probeert haar zo goed mogelijk te verzorgen maar kunnen de dokter eigenlijk niet betalen. Oom Lei heeft Martien en Lotteke het verhaal verteld van de witte bergen. Lotteke zou daar volgens hun oom goed kunnen ademhalen. Ook de dokter benadrukt dat.

Daarom besluit Martien om het belastinggoud uit de kerk te stelen, zodat Lotteke naar de witte bergen kan. De pastoor betrapt Martien, maar laat hem zijn gang gaan. Hij zal hem niet verraden, maar hij moet het geld wel gebruiken voor Lotteke en de rest terug geven aan de boeren.


De dag erna komt de schout erachter dat het goud uit de kerk is gestolen. De schout beschuldigd de pastoor van dronkenschap of medeplichtigheid. Als de pastoor aangeeft dat hij niet heeft gedronken, bevindt de schout hem schuldig. De pastoor wordt opgesloten in de kerker en wordt ook gemarteld. Al gauw wordt er bekend gemaakt, dat de pastoor onthoofd zal worden. Bij de terechtstelling probeert Martien iets tegen de pastoor te zeggen, maar op dat moment redt de Zwarte kapitein de pastoor.
Als Martien naar de geheime plek gaat om het goud te bekijken, komt hij erachter dat het er niet meer ligt. Hij denkt meteen aan zijn oom Lei, die het vast heeft gepakt. Als hij hiermee naar zijn oom gaat, praat die in raadsels. Hij zegt: "Wat lood is zal goud worden, en wat goud is zal lood worden."

De Zwarte kapitein laat de pastoor door twee bokkerijders naar dokter Kirchhoffs brengen. Samen met de kruidenvrouw Anna verzorgd hij de wonden van de pastoor. De pastoor geeft aan graag eens met de Zwarte kapitein te praten. Dit gebeurt ook. De pastoor verteld hem dat hij het geld niet heeft, maar dat Martien het heeft en wat zijn plannen ermee zijn. Aangezien de bokkerijders ook het goud willen, gaan ze zelf ook op zoek. De Zwarte kapitein gaat op zoek naar Martien om hem te vragen waar het goud is. Martien verteld hem dat hij het zelf ook niet meer heeft, maar dat Lei het heeft.
De bokkerijders zijn opgelucht als ze het goud eindelijk hebben gevonden in Lei zijn grotwoning. Op dat moment komt bokkerijder Van Brakel binnen, met daarachter de schout en zijn rakkers.
De bokkerijders worden opgepakt, inclusief Van Brakel, die nu overduidelijk ook een bokkerijder is. De Zwarte kapitein vlucht de grot in met twee van de rakkers achter zich. Hij weet ze van zich af te schudden en vindt een uitgang in het bos.
De bokkerijders zullen worden opgehangen en de schout pakt het groots aan. Omdat hij dokter Kirchhoffs ervan verdenkt de Zwarte kapitein te zijn, wil hij dat de dokter een toespraak houdt. De dokter gaat naar de pastoor en verteld hem dat hij ook de Zwarte kapitein is. Hij heeft nu hulp nodig, anders kan hij zijn mannen niet redden. Ondertussen weet ook Anna het, aangezien hij erg bevriend is met haar. Ze bedenken dat de pastoor zich moet vermommen als Zwarte kapitein. Op die manier kan de dokter gewoon als zichzelf daarheen gaan. De pastoor blijkt goed te kunnen boogschieten en schiet de touwen van de bokkerijders door. Op datzelfde moment slaat de dokter de paarden van de wagen met de bokkerijders, op hol. Het bevrijden van de bokkerijders is gelukt.

Ondertussen moet de familie Kremers de mijnen in, omdat het land te weinig opbrengt. In de mijnen is het ontzettend hard en gevaarlijk en de omstandigheden worden verslechterd door de kanunnik. Martien heeft baat bij zijn rekenvaardigheden en wordt uiteindelijk teller. Als er een opstand is, krijgt hij de taak om voor de kinderen te zorgen. Juist op dat moment stort de mijn voor een gedeelte in en komt een kind om het leven. Martien is verslagen.
Er wordt een volgende mijnopstand geregeld, om op te komen voor betere en veiligere werkomstandigheden. Martien krijgt dan weer de taak om op de kinderen te passen. Als de mijn onder water wordt gezet, krijgt hij het voor elkaar om samen met de pastoor het waterrad weer aan te krijgen. Dit wordt echter gezien door de schout en laat zijn rakkers achter Martien aan gaan. Het is nu bekend dat hij contact heeft met de pastoor en dus ook met de bokkerijders. Martien kan ternauwernood ontsnappen en wordt veilig ondergebracht bij de zigeuners. Als Martien hoort dat zijn vader en broer Driek opgepakt zijn, kan hij zich niet beheersen en gaan zichzelf aangeven. Zijn vader en broer worden vrijgelaten, maar hij wordt nu zelf in de kerker gegooid. Martiens vriend Wolf waarschuwt de dokter die erg ongelukkig is met deze situatie. Martien uit de kerker bevrijden is haast onmogelijk.
De Zwarte kapitein heeft een sleutelbos te pakken gekregen, maar kan de juiste sleutel van de kerker niet vinden. Met het koningswater van oom Lei kan Martien zichzelf bevrijden op het moment dat oom Lei de Zwarte kapitein komt waarschuwen dat hij er weg moet. Op dat moment zijn ze met zijn driën in het kasteel. Lei gaat de aandacht trekken van de schout en de rakkers door boven op het kasteel te gaan staan. Op dat moment kunnen Martien en de Zwarte kapitein in het water springen en vluchten. Lei spreekt dan zijn laatste woorden en springt zichzelf te pletter.
Martien heeft ondertussen bedacht waar het goud is, dat is namelijk bij de kanunnik. Samen met de Zwarte kapitein en de bokkerijders halen ze het goud op. Dan worden Martien, Lotteke en de pastoor naar de zigeuners gebracht. Nu ze het geld hebben, kunnen ze met Lotteke naar de witte bergen. En als ze terugkomen, is iedereen deze gebeurtenis weer vergeten.